Een heel jaar lang mag Breda zich de onderwijsstad van Nederland noemen. Een jaar lang de schijnwerpers gericht op het onderwijs in onze stad. Een jaar vol activiteiten. De aftrap wordt gegeven tijdens de Nationale Onderwijsweek (vanaf 1 oktober 2012).
In de aanloop naar dit onderwijsjaar verzorgen AndereBlik.com en True Colours-linked een "Prelude". Een serie activiteiten, waarbij onderwijsprofessionals met elkaar over het vak praten.
Interactie
Via deze website kunt u ook meepraten. Op ons forum behandelen we steeds actuele onderwerpen en thema's die ook tijdens de "prelude" aan bod komen. Deelnemers zijn schoolbesturen, leerlingen en adviesbureaus. Ook ouders en politiek zijn ruim vertegenwoordigd met hun onmisbare inbreng.
Eens per maand praten we met bekende of minder bekende inwoners uit Breda over hun herinneringen aan hun schooltijd. Het eerste gesprek vond donderdagmiddag 23 februari jl. plaats met Wout en Marco van Oosterhout, die in het centrum hun groentewinkel hebben.
Marco is opgegroeid in Tuinzigt (een gezellige, maar moeilijke buurt) en herinnert zich twee naast elkaar staande lagere scholen: "De Rozenkrans" en "Moeder God's school". Hij bezocht de Moeder God's school in een klas met circa 30 kinderen. Gymnastiek vond hij bij uitstek het leukste vak, hoevwel hij goed mee kon komen en dus alle vakken wel goed deed. Rekenen kon hij heel goed. Daarvan herinnert hij zich vooral het opdreunen van de tafels en de vele rijtjes sommen die er gemaakt moesten worden.
De eerste jaren waren de klassen ingedeeld in rijtjes; halverwege zijn schooltijd deed de klasse-indeling in groepjes zijn intrede op school en werd er ook meer meer schooltelevisie gedaan. Marco kreeg een paar jaar nog les van nonnen. Onderwijzers werden absoluut niet met de voornaam aangesproken.
Zijn vader zat in die jaren in de oudercommissie en verzorgde leuke activiteiten in de school. Bijvoorbeeld het kweken van witlof (in het donker laten groeien) of het opkweken van een aardbeienplant.
Na de lagere school, een tijd die hij leuker vond dan de periode in het voortgezet onderwijs. Hij bezocht op het Mencia, de Havo-afdeling.
Als kleuter bezocht Wout de Bernardusschool, een groot en streng gebouw met een enorme poort. Op de school werd door nonnen les gegeven. Zijn lagere schooltijd was op een school in Princenhage. De schooltijd viel samen met de Tweede Wereldoorlog en op een gegeven moment werd er les gegeven in een grote schuur bij een boer op het erf. Er was ontzag voor de onderwijzers, maar ze hadden stiekem wel allemaal bijnamen; zo was er een leraar die "de pijp" heette en er was een leraar die een glazen oog, waarvan de bijnaam niet zo gauw meer boven kwam. De klasgrootte was ongeveer 30 leerlingen en daaraan werd klassikaal les gegeven.
Vanaf zijn twaalfde hielp hij zijn moeder, die met een groentewagen door de wijk ging. Dat deed hij ook toen hij na de lagere school de tuinbouwschool bezocht. Wout heeft zich breed willen ontplooien om de kans op werk zo groot mogelijk te houden. Na de tuinbouwschool behaalde hij ook nog diploma's voor autotechniek en op de bloemenvakschool.
Wout ging met zijn kennis aan het werk bij één van de eerste supermarkten in ons land (in Gouda). Zijn eerste loon bedroeg 100 gulden per maand. Hij heeft ongeveer 30 jaar in supermarkten gewerkt. Toen daar het "BUZ-systeem" (Bedien U Zelf) werd ingevoerd, werd het werk minder leuk en in 1984 besloot hij met zijn vrouw een eigen groentenwinkel te beginnen.
Terwijl we staan te praten komt er een man binnen met twee nog kleine kinderen die tegen hen zegt: "Kijk, dit is nog een echte ouderwetse groentenwinkel". Dat klopt! De winkel ziet er uit, zoals veel winkels uit mijn eigen jeugd. Maar het assortiment is prima en de adviezen die Wout en Marco geven getuigen van liefde voor hun vak.
Beide zijn in het onderwijs opgegroeid met "koopmansrekenen". Daar hebben ze in hun werk nog alle dagen profijt van. Tegenwoordig kiest men voor "realistisch rekenen". Dat geeft veel mensen de indruk dat kinderen tegenwoordig slechter rekenen. Dat hoeft niet zo te zijn. Soms hebben kinderen wel baat bij extra oefenstof op basis van die oude aanpak van het "koopmansrekenen". Steeds vaker rekent de rekenmachine, de computer of het "mobieltje" alles voor ons uit. Ook dan geldt dat je wel de bewerkingen moet snappen. Je moet immers begrijpen wat je de rekenmachine laat doen.